Er loopt een man in het park en ziet een kip rennen, onder de stront.
Hij pakt zijn papieren zakdoekjes en veegt daarmee de kip schoon.
Even verderop ziet hij nog een kip, ook onder de stront.
Deze veegt hij ook schoon met zijn laatste doekjes.
Verderop, op een bankje gezeten, hoort hij achter zich: "Pssst, pssst."
"Ja, wie is daar?" vraagt hij.
En uit de bosjes komt een stem.
"Meneer, heeft u misschien een papieren zakdoekje voor mij?"
"Nee, sorry. Daar kan ik u niet meer aan helpen." zegt de man.
"Nou ja," antwoordt de stem, "dan neem ik nog maar een kip."
Hij pakt zijn papieren zakdoekjes en veegt daarmee de kip schoon.
Even verderop ziet hij nog een kip, ook onder de stront.
Deze veegt hij ook schoon met zijn laatste doekjes.
Verderop, op een bankje gezeten, hoort hij achter zich: "Pssst, pssst."
"Ja, wie is daar?" vraagt hij.
En uit de bosjes komt een stem.
"Meneer, heeft u misschien een papieren zakdoekje voor mij?"
"Nee, sorry. Daar kan ik u niet meer aan helpen." zegt de man.
"Nou ja," antwoordt de stem, "dan neem ik nog maar een kip."